Een gesprek met Valerie Wolff, co-founder van VELLO
Stedelijke mobiliteit staat op een kantelpunt. In steeds meer Europese steden botsen auto’s, fietsen, openbaar vervoer en voetgangers letterlijk en figuurlijk op hun grenzen. Volgens Valerie Wolff, medeoprichter van het Oostenrijkse fietsenmerk VELLO, is die spanning vandaag duidelijk voelbaar bij zowel gebruikers als handelaars. “Mensen willen zich flexibeler verplaatsen, zonder vast te zitten aan één vervoersmiddel, en tegelijk zijn ze het beu dat producten snel verslijten of moeilijk te onderhouden zijn,” stelt ze. Dat is precies waar VELLO zijn rol ziet: fietsen ontwikkelen die zich aanpassen aan het leven van de gebruiker, niet omgekeerd.
VELLO focust daarbij bewust op lichte vouwfietsen en compacte cargo e-bikes, modellen die moeiteloos passen in dagelijkse routines, of je nu in de stad woont of van buiten de stad pendelt. Opvallend is ook hun uitgesproken keuze voor verkoop via gespecialiseerde fietswinkels, met aandacht voor service en nazorg. Een aanpak die ook in België steeds meer aan belang wint.
Wat de vouwfietsen van VELLO onderscheidt, zit diep in het ontwerp. In plaats van een klassiek scharnierend frame koos het merk voor een monocoque diamantframe met een gepatenteerd vouwmechanisme. Daardoor blijft het rijgevoel verrassend dicht bij dat van een ‘gewone’ fiets. Volgens Wolff is dat cruciaal: “Als een fiets stabiel en vertrouwd aanvoelt, ontstaat er automatisch vertrouwen. Onze fietsen zijn gemaakt om te rijden, niet alleen om te plooien.” Het is een filosofie die aanslaat bij dealers én gebruikers, zeker bij wie dagelijks langere afstanden aflegt.
Diezelfde open en pragmatische houding verklaart ook de samenwerkingen die VELLO aangaat met externe partners. Zo wordt bij verschillende modellen gewerkt met de 3X3 NINE-naafversnelling, een systeem met een uitzonderlijk groot bereik en een zeer lage onderhoudsbehoefte. Voor stedelijke fietsers, pendelaars en gebruikers die hun fiets vaak plooien of combineren met andere vervoersmiddelen, is betrouwbaarheid belangrijker dan technische cijfers op papier. Daarnaast bouwt VELLO zijn modellen modulair op, zodat fietsen over de jaren heen aangepast kunnen worden aan veranderende noden, van banden en stuurvorm tot aandrijving en accessoires.

Een bijzondere plaats in het gamma is weggelegd voor de elektrische vouwfiets, de VELLO BIKE+. Die combineert elektrische ondersteuning met regeneratie en een slimme tiltsensor, maar blijft vooral opvallend licht. Met een gewicht rond 14 à 15 kilogram blijft de fiets perfect bruikbaar, ook zonder motorondersteuning. Daarmee speelt VELLO in op een vaak gehoorde bezorgdheid: wat als de batterij leeg is? Voor wie dagelijks pendelt of reist met trein en tram, is dat geen detail.
Ook op het vlak van cargofietsen kiest VELLO voor een afwijkende aanpak. In plaats van steeds grotere en zwaardere modellen te bouwen, ontwikkelde het merk met de SUB een compacte cargofiets die toch een totale draagcapaciteit tot 210 kilogram aankan. Met een beperkte lengte en breedte blijft de fiets handelbaar in drukke stedelijke omgevingen. De titaniumversie weegt minder dan 25 kilogram, wat een groot verschil maakt voor gebruikers die in een appartement wonen of hun fiets regelmatig moeten tillen of manoeuvreren. Dat maakt het concept ook interessant voor Belgische steden, waar ruimte vaak schaars is.
Volgens Wolff zijn accessoires minstens zo belangrijk als de fiets zelf. Systemen zoals MIK maken het mogelijk om snel te wisselen tussen kinderzitjes, transportkratten of fietstassen, afhankelijk van het moment van de dag. In 2025 introduceerde VELLO bovendien een volledig reflecterende accessoirelijn, met regenbescherming voor kinderen, grote tassen en een framebag voor de vouwfietsen. De focus op zichtbaarheid in slechte lichtomstandigheden sluit nauw aan bij de dagelijkse realiteit van fietsers in Noordwest-Europa.
Recent zette VELLO ook een volgende stap met de opening van een grote brand space in Berlijn, in samenwerking met retailpartner Bicicli. Die ruimte is opgevat als een ontmoetingsplek waar fietsen getest kunnen worden en waar gebruikers en handelaars samen nadenken over configuraties en toepassingen. Het is geen klassiek verkooppunt, maar een verlengstuk van het merkverhaal. België staat volgens Wolff alvast op de radar voor gelijkaardige initiatieven, telkens in nauwe samenwerking met lokale retailers.
Voor de toekomst ziet VELLO zichzelf niet als een merk dat voorschrijft hoe mensen zich moeten verplaatsen, maar als een ontwerper van oplossingen die meegroeien met veranderende steden en levensstijlen. “We zijn in de kern designers,” besluit Wolff. “We zijn nieuwsgierig en willen fietsen maken die toekomstgericht zijn, openstaan voor nieuwe technologieën en lang meegaan.” Een visie die perfect aansluit bij de zoektocht naar duurzame en realistische mobiliteit in en rond onze steden.







