E-bikes, fatbikes, elektrische cargobikes en andere lichte elektrische voertuigen worden steeds zichtbaarder op het fietspad. Dat zorgt voor meer variatie in snelheid, gewicht en afmetingen. Nederlands onderzoek binnen het LEVERAGE-project toont dat vooral het gedrag van de gebruiker en de inrichting van de infrastructuur bepalen hoe veilig die mix wordt ervaren.
Aan het onderzoek van Breda University of Applied Sciences (BUas) en verschillende partners namen bijna 2.000 Nederlanders deel. Daarbij werd zowel gekeken naar de mogelijke rol van lichte elektrische voertuigen als vervanger van de auto als naar hun invloed op de veiligheid op fietspaden.
Een kwart overweegt een licht elektrisch voertuig
Uit de bevraging blijkt dat ongeveer een kwart van de deelnemers overweegt om in de nabije toekomst een klein licht elektrisch voertuig aan te schaffen. Die interesse is ongeveer even groot in voorstedelijke als landelijke gebieden.
Van de mensen die zo’n voertuig overwegen, verwacht driekwart de auto daardoor minder vaak te gebruiken. Volgens de onderzoekers kunnen lichte elektrische voertuigen zo het bereik van fietsmobiliteit vergroten en voor bepaalde verplaatsingen een alternatief bieden voor de auto.
Tegelijk wordt het op fietspaden steeds drukker en diverser. Een klassieke fiets, e-bike, cargobike en fatbike verschillen onderling in gewicht, afmetingen, acceleratie en snelheid. Vooral op smalle fietspaden kan die combinatie voor spanningen zorgen.
Meer aandacht betekent niet automatisch meer stress
Voor het veiligheidsonderzoek maakten de onderzoekers onder meer gebruik van eye-tracking, sensoren die veranderingen in de huidgeleiding meten en vragenlijsten bij fietsers.
Daaruit bleek dat legale lichte elektrische voertuigen, waaronder fatbikes, meer visuele aandacht trekken dan conventionele fietsen. Fietsers kijken er dus bewuster naar wanneer ze zo’n voertuig tegenkomen.
Opvallend is dat die extra aandacht niet automatisch leidt tot meetbaar meer stress of een groter gevoel van onveiligheid. Dat geldt vooral wanneer bestuurders zich voorspelbaar gedragen en zich aan de toegelaten snelheid houden.
Ook deelnemers die vooraf eerder negatief tegenover lichte elektrische voertuigen stonden, meldden tijdens het onderzoek geen onveilig gevoel wanneer ze voertuigen tegenkwamen waarvan de bestuurder kalm en voorspelbaar reed.
Paul van de Coevering, professor Urban Mobility Planning aan BUas, vat de conclusie eenvoudig samen: “Het is niet het voertuig zelf dat gevaar veroorzaakt, maar de manier waarop het wordt gebruikt.”
Breder fietspad helpt
Naast gedrag speelt ook infrastructuur een duidelijke rol. Op afgescheiden fietspaden voelden deelnemers zich systematisch veiliger.
Dat wordt belangrijker nu steeds meer verschillende voertuigen dezelfde infrastructuur gebruiken. Op smalle fietspaden moeten voertuigen met uiteenlopende snelheden en afmetingen elkaar passeren en inhalen. Meer ruimte en een duidelijke scheiding van ander verkeer kunnen die interacties veiliger maken.
Nederland kent daarbij verschillende soorten fietspaden. Gewone e-bikes, cargobikes en legale fatbikes met trapondersteuning tot 25 km/u mogen de reguliere fietsinfrastructuur gebruiken. Speedpedelecs met ondersteuning tot 45 km/u mogen in Nederland op bepaalde gecombineerde fiets- en bromfietspaden rijden.
Dat verschilt van bijvoorbeeld Duitsland, waar snellere lichte elektrische voertuigen vaker naar de rijbaan worden verwezen.
Gedragsregels effectiever dan voertuigen verbieden
Een andere conclusie uit het onderzoek is dat maatregelen rond gedrag op meer steun kunnen rekenen dan het verbieden van bepaalde voertuigtypes.
De onderzoekers denken daarbij aan het handhaven van snelheidslimieten, leeftijdsvoorwaarden en voorspelbaar rijgedrag. In combinatie met beter ontworpen en voldoende brede fietsinfrastructuur kan dat helpen om verschillende soorten lichte elektrische voertuigen veilig naast elkaar te laten functioneren.
Die conclusie is relevant nu de discussie over fatbikes, snelle e-bikes en andere nieuwe voertuigtypes steeds vaker draait rond de vraag welke voertuigen op het fietspad thuishoren.
Het Nederlandse onderzoek wijst erop dat alleen naar het voertuig kijken te eenvoudig is. Hoe snel iemand rijdt, hoe voorspelbaar hij zich gedraagt en hoeveel ruimte de infrastructuur biedt, blijken minstens even belangrijk.
Bron: Breda University of Applied Sciences (BUas), LEVERAGE-project en LEVA-EU, september/oktober 2026.







