Fietsen zit diep verankerd in het Europese mobiliteitsverhaal, maar een nieuwe grootschalige studie toont aan dat die vanzelfsprekendheid onder druk staat. Uit een recent Europees onderzoek blijkt dat maar liefst 121 miljoen mensen minder zijn gaan fietsen omdat ze moeilijk toegang hebben tot onderhoud en herstellingen. Een probleem dat vaak onder de radar blijft, maar volgens experts een structurele bedreiging vormt voor de toekomst van de fiets, ook in landen waar fietsen traditioneel sterk staat.
Het onderzoek werd uitgevoerd bij 25.000 respondenten in meer dan 25 Europese landen en maakt deel uit van het State of the Nation Report 2025. De studie peilde niet alleen naar fietsgebruik, maar ook naar percepties rond infrastructuur, veiligheid voor kinderen en de beschikbaarheid van onderhoudsdiensten. Het is inmiddels de vierde editie van het rapport, dat sinds 2020 evoluties en knelpunten in het Europese fietslandschap in kaart brengt.
Onderhoud als drempel voor fietsgebruik
Een van de meest opvallende conclusies is de impact van onderhoudsproblemen op het fietsgedrag. Naar schatting ondervinden meer dan 200 miljoen Europeanen drempels wanneer ze hun fiets willen laten herstellen of onderhouden. Voor 121 miljoen mensen leidt dat ertoe dat ze minder vaak fietsen. Bij ongeveer 65 miljoen gaat het zelfs om een drastische daling, tot een kwart minder gebruik of zelfs een volledige stop.
De oorzaken zijn divers, maar opvallend herkenbaar. Hoge kosten worden het vaakst genoemd, gevolgd door een tekort aan lokale fietswinkels of beperkte openingsuren. Ook lange wachttijden spelen een belangrijke rol. Wanneer een fiets niet snel of eenvoudig hersteld kan worden, blijkt de stap naar alternatieve vervoersmiddelen snel gezet. Een deel van de respondenten probeert het probleem zelf op te lossen, maar evenveel mensen geven aan vaker de auto of het openbaar vervoer te gebruiken. Een zorgwekkende minderheid stopt zelfs volledig met fietsen.
Voor e-bikes, die technisch complexer zijn dan klassieke fietsen, weegt dit probleem mogelijk nog zwaarder. Zonder vlotte en toegankelijke service dreigt het gebruik af te nemen, net bij de groep fietsers die vaak bewust kiest voor duurzame mobiliteit.
Kinderen voelen zich minder veilig
Naast onderhoud komt ook de veiligheid van kinderen uitgebreid aan bod in de studie. In veel Europese landen leeft het gevoel dat de vooruitgang op dat vlak stagneert of zelfs achteruitgaat. Minder dan vier op de tien respondenten vinden dat fietsen voor kinderen het voorbije jaar veiliger is geworden in hun buurt.
Opvallend is dat zelfs landen met een sterke fietscultuur hier slecht scoren. Nederland, vaak gezien als referentie voor fietsveiligheid, kent een duidelijke negatieve perceptie. Ook in België blijft het gevoel leven dat kinderen zich niet altijd veilig kunnen verplaatsen met de fiets. Dat heeft mogelijk te maken met drukker verkeer, conflicten op fietspaden en nieuwe voertuigtypes die het straatbeeld veranderen.
Die evolutie baart zorgen, want kinderen die zich vandaag niet veilig voelen op de fiets, ontwikkelen minder snel een duurzame fietshabit. Dat kan op langere termijn leiden tot een daling van het fietsgebruik bij jongeren en volwassenen, met gevolgen voor gezondheid, mobiliteit en klimaatdoelstellingen.
Infrastructuur: hoge verwachtingen in fietsl landen
De studie toont ook grote verschillen in hoe Europeanen de evolutie van fietsinfrastructuur beoordelen. In verschillende landen wordt duidelijke vooruitgang ervaren, terwijl andere regio’s achterblijven. Opvallend is dat landen als België, Nederland en Denemarken relatief laag scoren, ondanks hun reputatie als fietslanden.
Die paradox heeft minder te maken met achteruitgang dan met verwachtingen. In landen waar fietsinfrastructuur al decennialang goed uitgebouwd is, liggen de verwachtingen hoger. Nieuwe fietspaden of aanpassingen worden er sneller als onvoldoende ervaren, terwijl in landen waar de basis nog gelegd wordt, elke verbetering sterk opvalt.
Toch schuilt daar een risico. Wanneer toonaangevende fietslanden hun voortrekkersrol verliezen, kan ook hun voorbeeldfunctie voor innovatie en groei verzwakken. Fietsen dreigt dan een vertrouwd, maar statisch gegeven te worden, in plaats van een dynamische motor voor moderne mobiliteit.
Meer dan asfalt alleen
De rode draad doorheen het onderzoek is duidelijk: investeren in fietspaden alleen volstaat niet. Zonder toegankelijke, betaalbare en efficiënte onderhoudsdiensten haken mensen af. Zonder veilige omstandigheden voor kinderen stokt de instroom van nieuwe generaties fietsers.
Voor beleidsmakers, de fietsindustrie en lokale besturen ligt hier een duidelijke opdracht. Wie fietsen echt als volwaardig vervoermiddel wil blijven promoten, moet niet alleen denken aan infrastructuur, maar ook aan service, opleiding en gebruiksgemak. Zeker in een tijd waarin actieve en duurzame mobiliteit cruciaal is, mogen drempels die perfect vermijdbaar zijn, niet de reden worden waarom miljoenen Europeanen hun fiets vaker laten staan.







